opzwellen
/'ɔpsʋɛlə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) in volume toenemenNa die wespensteek zwol zijn wang helemaal op.Al binnen een uur was mijn linkeronderbeen volledig opgezwollen.Doordat England onlangs van schoenenmerk was geswitcht begon de wreef van zijn voet na een week gigantisch op te zwellen.
Uitdrukkingen
- Heel erg trots zijn.
- Een dik gezicht.
- Dik worden.
Vertalingen
Engelsschwellen, inflate, swell
Fransgonfler
Duitsanschwellen, aufbauschen, aufquellen
Spaanshincharse, inflarse, abofarse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek