uitdijen
/ˈœydɛiə(n)/
Wat is de betekenis van uitdijen?
uitdijen betekent: (erga) meer of groter worden, toenemen
Betekenis
werkwoord
- (erga) meer of groter worden, toenemen
- (erga) in omvang toenemen, aangroeien
- (erga) dikker worden, opzwellen
- (refl) zich ~ in omvang toenemen
Voorbeelden van "uitdijen" in een zin
- De beverstand zal de komende jaren verder uitdijen door projecten die de rivieren en beken meer ruimte geven.
- Einstein ging ook uit van een statisch heelal, maar uit zijn algemene relativiteitstheorie bleek onomstotelijk dat het heelal moest uitdijen of ineenstorten.
- Vanuit de ruimte komen beelden door die bevestigen wat de wervelende vogels en rennende geiten al lijken te weten, namelijk dat deze tyfoon voeding genoeg heeft gevonden om op topsnelheid uit te dijen tot een doorsnee van bijna vijfhonderd kilometer.
- Laat het licht langzaam uitdijen zodat het je hele kamer vult.
- Het tekort op de begroting heeft zich alsmaar uitgedijd.
Vertalingen
Engelsgrow, increase, enlarge
Duitsanschwellen, wachsen, ausdehnen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek