ordinarius
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gewoon hoogleraar aan een universiteit
- persoon met gewone bestuursmacht (kerkelijk: bisschop)
Etymologie
* Afgeleid van het Latijnse ordinarius (iemand die de orde bewaart)
Vertalingen
Spaansordinario
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek