ordinarius

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gewoon hoogleraar aan een universiteit
  2. persoon met gewone bestuursmacht (kerkelijk: bisschop)

Etymologie

* Afgeleid van het Latijnse ordinarius (iemand die de orde bewaart)

Vertalingen

Spaansordinario