overdruk

mannelijk (de)/ˈovərˌdrʏk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. extra uitgave van een drukwerk dat gelijk is aan vorige uitgaven
  2. over een oppervlak uitgeoefende kracht die hoger is dan een referentiewaarde; toestand waarin iets sterker is samengeperst
    Als de komende regering van Nederland een metropool wil maken, wacht haar een ambitieuze agenda. Dan moet ze de extreme overdruk in Amsterdam bedienen met meer hoogbouw, nieuwe voorzieningen en een snelle metro, want in de overdrukzone rond de luchthaven is de vraag naar wonen, werken en vervoer veruit het grootst. Volkskrant Hemel 17 februari 2017
    „Intuïtief denken mensen bij aerodynamica vooral aan de invloed stroomafwaarts, maar een bewegend object beïnvloedt ook de lucht vóór zich”, zegt Blocken. Uit de simulaties blijkt dat zowel renner als auto voor zich een overdruk veroorzaken (rood in de beelden). In hun kielzog is juist een onderdruk (blauw), die de fietser achteruit zuigt. NRC Bruno van Wayenburg 3 juli 2015
    De oorzaak? "Overdruk in de inpandige afvoer in de bovengelegen woningen", zegt eigenaar Rick Viscaal.  "De afvoer kon het vele water niet aan. Dat is wat ik heb gehoord." Tubantia 17-08-2017
  3. te hoge werkdruk
    Tragisch is dat net nu de nood aan een ‘waakhond’ groter dan ooit is, Unia aan de leiband lijkt te liggen. Bovenop de hoger genoemde politieke en maatschappelijke overdruk kampt het centrum met een kaduuk instrumentarium en onvoldoende zichtbaarheid. Uit een in 2015 door Unia zelf uitgevoerd onderzoek naar de naambekendheid bleek dat ‘75 procent van de ondervraagden eenvoudigweg niet wist waar eerst aan te kloppen om discriminatie te melden of er een vraag over te stellen’. de Standaard ZATERDAG 22 APRIL 2017

Vertalingen

Engelsoverpressure
Fransdécalque