overgieten

/ˌovərˈɣitə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) door gieten bedekken
    Zij overgoten de kalkoen met braadvocht.
werkwoord
  1. ov (ov) door te gieten in een ander vat brengen
    De wijn werd in een karaf overgegoten en op tafel gezet.

Etymologie

*[B] van Middelnederlands """, op te vatten als

Vertalingen

Engelspour
Spaansdecantar, transvasar, trasegar
Poolsprzelewać