overhebben

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. na alles gebruikt te hebben wat nodig is toch nog meer hebben, kunnen missen
    Na alles gekocht te hebben wat hij nodig had, had hij nog 500 euro over.
  2. een ander iets willen geven of iets voor iemand anders willen doen
    De moeder had alles over voor haar kinderen.