overhoren

/ˌovərˈhorə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) nagaan of iemand bepaalde kennis in voldoende mate tot zich genomen heeft door het stellen van vragen over deze kennis
    Hij overhoorde zijn zusje een lijst Engelse woorden.
  2. ov, verouderd (ov), (verouderd) toevallig en meestal onbedoeld horen
    Zij had het gesprek overhoord.

Vertalingen

Engelstest
Fransfaire réciter
Duitsüberprüfen