overhouden
Betekenis
werkwoord
- (ov) nog hebben nadat al het nodige is verdeeld of gebruiktHij hield nog één plank over nadat hij de kast in elkaar had gezet.Door af te lossen en te sparen zouden we op den duur minder hoeven te werken en daardoor tijd overhouden.
- (ov) behouden, vasthouden (als overblijfsel of gevolg van iets anders)Het enige wat hij nu wilde was razendsnel de berg afkomen omdat hij er een aardige tik aan had overgehouden.
- (ov), (onderwijs) scholieren na afloop van de gewone lestijd langer op school houden
- (ov), (spel) biljartballen in een bepaalde positie t.o.v. elkaar houden om er een serie mee te maken
- (intr), (onpr) naar tevredenheid zijn, naar wens zijn; echter vrijwel altijd gebruikt in combinatie met niet, waardoor de betekenis in de praktijk juist tegengesteld is aan de hiervoor gegeven definitieDat houdt niet over.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek