overlappen

meervoud/ˌovərˈlɑpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) gedeeltelijk dubbel bedekken
    Ik overlap de randen van de geverfd[e] strepen aan beide kanten met 1 cm, zodat je de lelijke randen ook niet meer ziet.
  2. ov, figuurlijk (ov) (figuurlijk) gedeeltelijk samenvallen
  3. rcpq (rcpq) elkaar ~ gedeeltelijk van twee zijden laagsgewijs bedekken
    In een venndiagram overlappen twee of meer figuren elkaar om de doorsnede van twee verzamelingen aan te geven.
werkwoord
  1. ov (ov) opnieuw met een doek schoonmaken

Etymologie

*[B] "overlap" met de uitgang -en