overschot
onzijdig (het)/ˈo.vər.sxɔt/
Wat is de betekenis van overschot?
overschot betekent: wat er overblijft, de rest
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- wat er overblijft, de rest
- een teveel
Voorbeelden van "overschot" in een zin
- Het overschot aan eten werd aan de hond gevoerd.
- Sterker nog: er is zelfs een overschot aan vrijwilligers.
Etymologie
* van overschieten
Uitdrukkingen
- het stoffelijk overschot — lichaam van overledene (meer respectvol dan lijk)
Vertalingen
Engelssurplus, excess, remainder
Fransreste
DuitsRest, Restbestand, Überschuss
Spaansresto, residuo, saldo
Russischизбыток, излишек, бренные останки
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek