overspannen
/ˌovərˈspɑnə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) te sterk uitrekken of buigenDoordat het touw werd overspannen knapte het.
- (ov) bedekken met iets dat wordt uitgespreid of uitgerektHet is ze gelukt het hele stadion te overspannen.
werkwoord
- (ov) (van trekpaarden) voor een ander voertuig vastmaken
Etymologie
#(handel) overbelast, te actief (van een markt, de economie, enz.)
Vertalingen
Engelsoverstrained, overheated, overstrain
Franssurmené, surchargé, tendre trop
Duitsüberanstrengt, überfordert, überspannen
Spaansexagerado, sobreexcitado, sobrecargado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek