oversteek

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) het oversteken van de ene plaats naar de andere
    Halverwege de oversteek stopte hij, keek met een grote grijns achterom, pakte zijn fototoestel en maakte een foto van de diepe afgrond en vervolgde zijn stappen naar de veiligheid van de rotsen, 20 meter verderop.
  2. bouwkunde (bouwkunde) overhangend deel van een bouwwerk

Vertalingen

Spaanstravesía