Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

paalrecht

onzijdig (het)/ˈpalrΙ›xt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) geld dat schippers moeten betalen aan een overheid als vergoeding voor het bebakenen van vaarwegen
    Al in de veertiende eeuw – en mogelijk nog eerder – werden de belangrijkste vaarroutes naar het Vlie en het Marsdiep met palen en tonnen gemarkeerd. Om de bebakening te bekostigen hief men paalgeld over alle goederen die via het Marsdiep, het Vlie en het Amelander Gat werden aangevoerd. Tot 1527 was het paalrecht (het recht om paalgeld te heffen) in handen van de stad Kampen.
    {{ouds
  2. juridisch (juridisch) bevoegdheid van de eigenaar van een eendenkooi om een bepaald gebied daaromheen af te bakenen
    Door het paalrecht mogen eigenaren van een eendenkooi op een bepaalde afstand (Noord-Brabant 753 meter) gerekend uit het midden van de plas een paal neer zetten met de tekst "Verboden toegang". Hierdoor ontstaat een cirkel waarbinnen het verboden is handelingen te doen die de vogels onrustig zouden kunnen maken.
  3. juridisch, verouderd (juridisch) (verouderd) regels voor gedwongen verkoop van bezittingen om schulden te voldoen

Etymologie

#zich in de lengte uitstrekkend zonder de geringste afwijking naar opzij