paardenhoef
mannelijk (de)/ˈpardə(n)ˌhuf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- harde uiteinde van de poot van een paardGreve baseert zijn ontkenning van de paardenbeul op de aard van de verwondingen die aangetroffen worden. “Vaak is het stomptrauma, veroorzaakt door een paardenhoef.”Dinsdag was er het vertrouwde getrappel van de paardenhoeven, het leve de koning, kortom het gebruikelijke feestgedruis op het Binnenhof. Maar ook het gemor uit de zorg, het onderwijs en de politie, waar nog flink wordt gezucht onder een blijvend hoge werkdruk, ondanks nieuwe cao’s.
Vertalingen
Engelsmulefoot
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek