Paradijs
onzijdig (het)/ˌparaˈdɛis/
Wat is de betekenis van Paradijs?
Paradijs betekent: in de volksmond een oord waar het leven heerlijk is, een zalig klimaat, mooie omgeving en overvloed aan lekkers
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- in de volksmond een oord waar het leven heerlijk is, een zalig klimaat, mooie omgeving en overvloed aan lekkers
- in het christendom (en andere religies) de plaats waar iemand na zijn dood naar toe kan gaan, een plaats waar God is, de hemel
- de voormalige verblijfplaats van Adam en Eva
Voorbeelden van "Paradijs" in een zin
- wat een paradijs is die volkstuin toch, buuf
- Van Het Eiland Teleurstelling op de Zuidpool waar hij woont (vermoedelijk gemodelleerd naar Deception Island, waar men de ketels van de walvistraankokerij stookt met dode pinguïns), wordt hij door een aantal wetenschappers meegevoerd naar Nederland, waar het een paradijs zou zijn. de Volkskrant Arjan Peters5 december 2015 [https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/in-depressieve-plinius-pinguin-een-zelfportret-zien~bc83f98c/ In depressieve Plinius Pinguïn een zelfportret zien]
- Het was een koppig ideaal: een paradijs op aarde; en de ironie wilde dat het hier was gebeurd, in dit eenzame deel van Spanje waar ze door haar ouders mee naartoe was gesleept.
- de na de bomgordelaanslag meteen voor straf in het paradijs opgenomen jihadist verveelde zich daar te pletter ondanks de vele aanwezige maagden
- Vanzelfsprekend was dat niet de verstandigste bezigheid op een hoogte van 4000 meter, vol in de zon, maar er was maar één dag per jaar om net zo naakt als Adam door het paradijs te wandelen en dat wilde ik niet missen.
Etymologie
*Van Grieks 'peri' (rondom) + daeza (muur). De betekenis is dus "omheind gebied"
Vertalingen
Engelsparadise
Fransparadis
DuitsParadies
Spaansparaíso
Italiaansparadiso
Poolsraj
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek