partijleiderschap

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de functie van partijleider
    Roemer was ruim zeven jaar de politiek leider van de SP. Op 13 december nam Lilian Marijnissen zijn fractievoorzitterschap en partijleiderschap over.
    Op de bijeenkomst met parlementsleden was er volgens aanwezigen geen discussie over het partijleiderschap. "Ik zal jullie dienen zolang jullie willen", zei May.

Etymologie

* afleiding van partijleider