partydrug
mannelijk (de)/ˈpɑːrtiˌdrʏk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- op dansfeesten en houseparty's gebruikte drug die een langdurige prettige stemming veroorzaaktPartydrugs worden steeds zwaarder en vaker gebruikt [http://www.nu.nl/binnenland/3997923/partydrugs-worden-steeds-zwaarder-en-vaker-gebruikt.html www.nu.nl]
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘op dansfeesten gebruikte drug’ voor het eerst aangetroffen in 1999
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek