passagier

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van passagier?

passagier betekent: iemand die al of niet tegen betaling meereist met een voer-, vaar- of vliegtuig

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die al of niet tegen betaling meereist met een voer-, vaar- of vliegtuig

Voorbeelden van "passagier" in een zin

  • De Franse traditie ziet er heel anders uit, zoals de Britse trendwatcher Stephen Bayley opmerkte. Je rijdt op je gemak over een met platanen omzoomde tweebaansweg, in een comfortabele auto, bij voorkeur een Citroën DS. Ondertussen zoekt je passagier in de Michelingids een restaurant waar je goed en uitgebreid kunt lunchen.

Betekenis en uitleg van passagier

Een passagier is iemand die reist met een vervoermiddel, zoals een trein, vliegtuig of bus. Het woord legt de nadruk op het feit dat deze persoon niet zelf aan het besturen is, maar als het ware 'meereist' naar een bestemming.

Het woord 'passagier' wordt vaak gebruikt in vervoerscontexten, zoals bij luchtvaartmaatschappijen of openbaar vervoer. Het kan ook een bredere betekenis hebben, zoals in de context van een rondleiding of cruise. Daarnaast kan het woord ook een nuance van afhankelijkheid of passiviteit met zich meebrengen, omdat de passagier niet de controle heeft over de reis.

Voorbeelden

  • De passagier keek uit het raam en genoot van het prachtige uitzicht tijdens de treinreis.
  • Als passagier van een vliegtuig moet je je altijd houden aan de veiligheidsvoorschriften van de crew.
  • Tijdens de cruise waren er veel passagiers die deelnamen aan verschillende activiteiten aan boord.

Woordoorsprong

Het woord 'passagier' komt van het Franse 'passager', wat 'voorbijgaand' of 'reiziger' betekent. Dit is afgeleid van het werkwoord 'passer', wat 'voorbijgaan' betekent.

Veelgestelde vragen over passagier

Wat is de betekenis van passagier?

passagier betekent: iemand die al of niet tegen betaling meereist met een voer-, vaar- of vliegtuig

Welk woordgeslacht heeft passagier?

passagier is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je passagier in een zin?

Voorbeeld: “De Franse traditie ziet er heel anders uit, zoals de Britse trendwatcher Stephen Bayley opmerkte. Je rijdt op je gemak over een met platanen omzoomde tweebaansweg, in een comfortabele auto, bij voorkeur een Citroën DS. Ondertussen zoekt je passagier in de Michelingids een restaurant waar je goed en uitgebreid kunt lunchen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘reiziger’ voor het eerst aangetroffen in 1547

Vertalingen

Engelspassenger
Spaanspasajero, pasajera