passagiersstoel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stoel in een vervoersmiddel voor iemand die het voertuig niet bestuurt; stoel naast de chauffeur
    Ik ben van plan om een kijk-onderwerp te maken. Zonder voice-over; gewoon kijken en genieten. Daar hoort muziek bij. Met een stapel klassieke cd's op de passagiersstoel rijd ik naar het noorden. Om precies te zijn: naar mijn roots. Dat maakt deze dag voor mij extra bijzonder.
    De bestuurder is aangehouden. Degene die op de passagiersstoel zat, is op de vlucht geslagen.

Vertalingen

Engelspassenger seat