passeer

Wat is de betekenis van passeer?

passeer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van passeren

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van passeren
  2. gebiedende wijs van passeren
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van passeren

Voorbeelden van "passeer" in een zin

  • Ik passeer.
  • Passeer!
  • Passeer je?