passeer
Wat is de betekenis van passeer?
passeer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van passeren
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van passeren
- gebiedende wijs van passeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van passeren
Voorbeelden van "passeer" in een zin
- Ik passeer.
- Passeer!
- Passeer je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek