passerdoos

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. doos met tekenbenodigdheden waarin ten minste één passer zit
    ' Verschuur, met een kleur, stapte terug naar z'n plaats, en van alle kanten werd hem gevraagd: 'Wat wās het, wat krijg jij?' Maar de voorste jongen had al gelezen wat de meester achter Verschuurs naam zette, en in een wip wist de hele klas het: 'n passerdoos had Verschuur moeten vragen.
    Juist, waar Kees net over dacht; maar nu vond hij in-eens, dat een passerdoos ook een stomme keuze zou zijn.