passie
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een zaak, onderwerp, activiteit of hobby waar iemand veel interesse in heeft en veel tijd en inspanningen aan wil bestedenAlles wat met de zee te maken heeft is altijd al zijn passie geweest.
- (religie) het lijdensverhaal van de kruisiging van Jezus
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘lijden van Christus’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Uitdrukkingen
- Als de vos de passie spreekt, boer pas op je kippen (ganzen). — als een bedrieger of slijmbal vrome dingen zegt moet je extra voorzichtig met deze persoon zijn
Vertalingen
Engelspassion
Franspassion
DuitsPassion
Spaanspasión
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek