passing
vrouwelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van passing?
passing betekent: (techniek) een methode om twee voorwerpen in elkaar te laten passen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) een methode om twee voorwerpen in elkaar te laten passen
- (sport) het geven van een pass
Etymologie
* van passen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek