passtuk

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets wat speciaal gemaakt is om ergens in- of op te passen
    Onlangs zijn wij met onze fietsdrager naar de Toyotadealer Autoplaza in Alkmaar gegaan, omdat wij de drager niet bevestigd kregen op de trekhaak van onze vrij nieuwe auto. Een monteur stelde vast dat het oude passtuk niet meer paste. De voorraadwinkel was echter dicht. "Geen probleem. Gaat u maar koffie drinken en ik haal ergens wel een passtuk." De Telegraaf 20 jul. 2015 [https://www.telegraaf.nl/watuzegt/785843/dit-vind-ik-leuk Dit vind ik leuk]

Vertalingen

Engelsspool piece, roof joint, fitted piece