pastoor
Wat is de betekenis van pastoor?
pastoor betekent: (beroep) (religie) een lid van de katholieke geestelijkheid die zich aan de zielzorg van zijn parochie wijdt
Betekenis
- (beroep) (religie) een lid van de katholieke geestelijkheid die zich aan de zielzorg van zijn parochie wijdt
Betekenis en uitleg van pastoor
Een pastoor is een geestelijke die leiding geeft aan een parochie binnen de katholieke kerk. Hij is verantwoordelijk voor de religieuze diensten, het geven van sacramenten en het verzorgen van de spirituele behoeften van de gemeenteleden.
Het woord 'pastoor' wordt vaak gebruikt in de context van de katholieke religie en verwijst naar een persoon die zowel een spirituele als een sociale rol vervult in de gemeenschap. Pastoors zijn meestal betrokken bij belangrijke levensgebeurtenissen zoals doop, huwelijk en begrafenis. Ze kunnen ook een belangrijke rol spelen in lokale initiatieven en activiteiten binnen de parochie, waardoor ze een verbindende factor zijn in de gemeenschap.
Voorbeelden
- De pastoor hield een inspirerende preek tijdens de zondagsmis.
- Na de diensten sprak de pastoor met verschillende parochianen over hun zorgen.
- De pastoor organiseerde een benefietactie om geld in te zamelen voor de voedselbank.
Woordoorsprong
Het woord 'pastoor' is afgeleid van het Latijnse 'pastor', wat 'herder' betekent, en verwijst naar de zorg voor de gelovigen als een herder voor zijn schapen.
Veelgestelde vragen over pastoor
Wat is de betekenis van pastoor?
pastoor betekent: (beroep) (religie) een lid van de katholieke geestelijkheid die zich aan de zielzorg van zijn parochie wijdt
Welk woordgeslacht heeft pastoor?
pastoor is een mannelijk (de).
Etymologie
*uit het Latijn pastor "herder"