pastoor

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van pastoor?

pastoor betekent: (beroep) (religie) een lid van de katholieke geestelijkheid die zich aan de zielzorg van zijn parochie wijdt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, religie (beroep) (religie) een lid van de katholieke geestelijkheid die zich aan de zielzorg van zijn parochie wijdt

Etymologie

*uit het Latijn pastor "herder"

Vertalingen

Engelspastor, parson
Franscuré
DuitsPastor, Pfarrer, Priester
Spaanscura, párroco
Italiaansprete, pastore
Japans牧師
Poolsproboszcz