pat

onzijdig (het)/pɑt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schaak (schaak) stand op het bord waarbij sprake is van remise doordat een speler geen zet meer kan doen zonder dat zijn koning daardoor schaak komt te staan
    De partij eindigde in pat.
zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) reep stof met een knoopsgat aan het uiteinde en met het andere uiteinde bevestigd aan het kledingstuk
    doorknoopsluiting met verstelbare patten
  2. kleding, verouderd (kleding) (verouderd) klep, bijvoorbeeld over een zak
    (...) de patten der zakken waren, door den tyd, wat besmeurt, (...)
  3. kleding, militair (kleding) (militair) gekleurd strookje stof op een uniform als achtergrond van een onderscheidingsteken, in het bijzonder een bies op de kraag
    Op de kraag worden 5 hoekige emblemen als patten aangebracht die per dienstvak de kleur hebben zoals op de voormalige bies.
  4. fietsen (fietsen) een van beide houders die het wiel in de vork houden, deel van het frame of zelfstandig te bevestigen onderdeel
    Zorg dat het wiel goed in de patten zit!

Etymologie

thumb|pat (wit zou een zet met de koning moeten doen, maar kan dit niet)

Vertalingen

Engelsstalemate, tab, patch
Franspat, patte, écusson
DuitsPatt, Patte, Patte
Spaanstablas
Italiaansstallo
Russischпат