pensionhoudster
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw die een pension runtToen hij zich bij het pal achter de duinen gelegen logement meldde was zijn gezicht zo opgezwollen dat de pensionhoudster meende dat hij mishandeld was, waarop ze aangaf hem extra goed te zullen verzorgen.Ik heb stukken gevonden in de Engelse gedigitaliseerde archieven waar Margreet Stevenson zijn pensionhoudster in Londen en zijn vrouw Deborah in Philadelphia via de pen, in een levendige correspondentie, goed met elkaar overweg konden en dezelfde verzorgende aard openbaarden jegens Benjamin Franklin.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek