peperbus

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpepərˌbʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vaatje met al dan niet gemalen peperkorrels dat op tafel gezet wordt
    Het zout staat al op tafel, zou je de peperbus erbij kunnen halen?
  2. steeltjeszwammen (steeltjeszwammen) bepaald soort in Nederland zeldzame paddenstoel,
  3. cilindervormig elektriciteitshuisje in Amsterdam dat ook als aanplakzuil wordt gebruikt
    Echt verdwijnen zullen ze nooit, de karakteristieke peperbussen op Amsterdamse straathoeken. Maar vervangen worden ze wel. Mag de gemiddelde Amsterdammer denken dat een peperbus alleen bedoeld is als aanplakzuil, in het binnenwerk zit een heuse elektriciteitskast. De gemiddelde peperbus voorziet dan ook een flink deel van zijn omgeving van stroom.

Etymologie

**[3] omdat de vorm van het bouwsel aan een peperstrooier doet denken

Vertalingen

Engelspepper pot
Franspoivrière
DuitsPfefferstreuer
Spaanspimentero