peperen
/ˈpepərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- met behulp van peper en andere kruiden iets pittig en sterk gekruid maken
- emotioneel aanzetten, overdrijven, mooier of emotioneler voorstellen dan in werkelijkheid
- (verouderd) straffen, slaan
- duur maken (meestal als voltooid deelwoord)
Etymologie
* Afleiding van peper . * Voor het eerst aangetroffen in 1623.
Vertalingen
Engelspepper
Franspoivrer, pimenter, pepare
Duitspfeffern
Spaanssalpimentar
Portugeesapimentar
Poolspieprzyć
Zweedspeppra
Deenspebre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek