peperkorrel
mannelijk (de)/'pepərkɔrəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de zaadkorrel van een peperstruik, die als ze gemalen is tot peperpoeder gebruikt wordt als smaakmakerMaak ruim op voorhand de currypasta: komijnzaad, venkelzaad, peperkorrels en korianderzaad even roosteren in pan tot ze lekker ruiken, dan malen in een koffiemolen. Dan alle ingrediënten mixen in een keukenmachine. Olie toevoegen tot je een vette maar vaste pasta hebt. de Standaard 13/december/2014
- een kleine bolVolgens fysicus Paul Steinhardt van Princeton University is een vorig jaar gevonden quasikristal afkomstig van een meteoriet die ooit op aarde viel. Op zich was die vondst in een steentje niet groter dan een peperkorrel al opmerkelijk, omdat nooit eerder quasikristallen in de natuur waren ontdekt. 'Quasi' slaat op de afwijkende structuur met zichzelf niet herhalende kristalpatronen. Nu komt daar de kosmische herkomst bij. Volkskrant TONIE MUDDE 4 januari 2012
Vertalingen
Engelspeppercorn
Fransgrain de poivre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek