periodeduur

vrouwelijk (de)/pɪri'odɘ/

Wat is de betekenis van periodeduur?

periodeduur betekent: (natuurkunde), (elektronica) de lengte van één periode/cyclus uitgedrukt in een tijdseenheid

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde, elektronica (natuurkunde), (elektronica) de lengte van één periode/cyclus uitgedrukt in een tijdseenheid

Voorbeelden van "periodeduur" in een zin

  • Een wisselstroom met een frequentie (symbool: f) van 100Hz heeft een periodeduur (symbool: T) van 0,01s.

Veelgestelde vragen over periodeduur

Wat is de betekenis van periodeduur?

periodeduur betekent: (natuurkunde), (elektronica) de lengte van één periode/cyclus uitgedrukt in een tijdseenheid

Welk woordgeslacht heeft periodeduur?

periodeduur is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van periodeduur?

Synoniemen van periodeduur zijn: periodetijd.

Hoe gebruik je periodeduur in een zin?

Voorbeeld: “Een wisselstroom met een frequentie (symbool: f) van 100Hz heeft een periodeduur (symbool: T) van 0,01s.