pianist

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek, beroep (muziek), (beroep) musicus die een piano bespeelt
    ` Mooi zo. Er is een grote balletschool in de Salie Pleyel, er zijn er meerdere, maar deze hier', ze wees op het papiertje, `zoekt pianisten. Ze weten dat je eraan komt. Ik heb ze al gebeld. Je kunt vrijdag beginnen.' {{Aut|Sandes, David

Etymologie

* Afgeleid van piano

Vertalingen

Engelspianist
Franspianiste
DuitsPianist
Spaanspianista
Italiaanspianista
Deenspianist