pietsje

onzijdig (het)/ˈpitʃə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) heel kleine hoeveelheid
    Een pietsje druk’ was het wel, mailde hij. Maar voor het overige zag Johan Leysen een interview wel zitten. de Standaard 04 OKTOBER 2014 Geert Sels
    Meng olie met peterselie, knoflook, een pietsje zout en peper. Snijd het brood doormidden en besmeer de onderste helft met de helft van de kruidenolie. Leg daarop de uien. Verdeel de kaas erover: ik had emmental, oude goudse en blauwe kaas, maar alles kan. Volkskrant Tallina van den Hoed 3 januari 2017

Etymologie

*van "pits" , leenvertaling van "pietsel", vergelijk "Bischen"; in de betekenis van ‘kleinigheid’ aangetroffen vanaf 1682