pijn

mannelijk/vrouwelijk (de)/pɛin/

Wat is de betekenis van pijn?

pijn betekent: (medisch) lichamelijk leed, veroorzaakt door ziekte of verwonding

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) lichamelijk leed, veroorzaakt door ziekte of verwonding
  2. medisch (medisch) geestelijk leed
zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) benaming voor naaldbomen uit het geslacht

Voorbeelden van "pijn" in een zin

  • De pijn bevindt zich in de streek rond de kuit.
  • Een heftige pijnscheut trekt door mijn enkel, het doet zoveel pijn dat ik hem nauwelijks durf te bewegen.
  • Als toetje nam ik twee ibuprofen-pillen om de pijn in mijn voeten te verdoven en ik kroop met vermoeide benen in mijn slaapzak.
  • De pijn om haar overleden echtgenoot bleef nog lang in haar ronddwalen.

Etymologie

*[B] via Middelnederlands """ van Latijn "pinus"

Uitdrukkingen

  • pijn doen

Vertalingen

Engelspain, pain, distress
Fransdouleur, douleur, mal
DuitsSchmerz, Gram, Pein
Spaansdolor, pino
Italiaansdolore, pino
Portugeespinheiro