pijn
mannelijk/vrouwelijk (de)/pɛin/
Wat is de betekenis van pijn?
pijn betekent: (medisch) lichamelijk leed, veroorzaakt door ziekte of verwonding
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) lichamelijk leed, veroorzaakt door ziekte of verwonding
- (medisch) geestelijk leed
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) benaming voor naaldbomen uit het geslacht
Voorbeelden van "pijn" in een zin
- De pijn bevindt zich in de streek rond de kuit.
- Een heftige pijnscheut trekt door mijn enkel, het doet zoveel pijn dat ik hem nauwelijks durf te bewegen.
- Als toetje nam ik twee ibuprofen-pillen om de pijn in mijn voeten te verdoven en ik kroop met vermoeide benen in mijn slaapzak.
- De pijn om haar overleden echtgenoot bleef nog lang in haar ronddwalen.
Etymologie
*[B] via Middelnederlands """ van Latijn "pinus"
Uitdrukkingen
- pijn doen
Vertalingen
Engelspain, pain, distress
Fransdouleur, douleur, mal
DuitsSchmerz, Gram, Pein
Spaansdolor, pino
Italiaansdolore, pino
Portugeespinheiro
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek