wee

vrouwelijk (de)/we/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) pijnlijke samentrekking die het barensproces inleidt
    De weeën zijn al begonnen.
  2. verouderd (verouderd) gebeurtenis die veel schade en verdriet veroorzaakt
  3. diep bedroefd gevoel of hevige pijn
  4. diergeneeskunde (diergeneeskunde) ontsteking bij vee, veroorzaakt door besmetting met
tussenwerpsel
  1. uitroep van groot verdriet
    Dat ging met veel ach en wee gepaard.
  2. versterkt een dreigement
    Wee je gebeente als je dat durft!

Etymologie

*(erfwoord) (klanknabootsing) via Middelnederlands """ van Oudnederlands "weuwa", in de betekenis ‘pijn’ aangetroffen vanaf 801-1000 en in de betekenis van ‘smart, tussenwerpsel ter uitdrukking van smart’ aangetroffen vanaf 1265

Uitdrukkingen

  • wel en wee

Vertalingen

Engelscontraction, labour pain, woe
Franscontraction, malheur, douleur
Duitswehe
Spaansdolores, dolores de parto
Italiaansdoglie, doglie del parto, guai
Poolsskurcz
Zweedskrystvärk, värk, sammandragning