pikeren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- met kleine steekjes doornaaien
- aanstrepen
- (figuurlijk) ergeren, prikkelen, irriteren
- (kookkunst) vlees inrijgen met reepjes spek, truffel, ham enzovoort, larderen
- (kookkunst) inprikken van een deeglaag om blazen te voorkomen
Etymologie
* van het Franse piquer ()
Vertalingen
Franslarder
Spaanslardear, larder, mechar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek