pikeren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. met kleine steekjes doornaaien
  2. aanstrepen
  3. figuurlijk (figuurlijk) ergeren, prikkelen, irriteren
  4. kookkunst (kookkunst) vlees inrijgen met reepjes spek, truffel, ham enzovoort, larderen
  5. kookkunst (kookkunst) inprikken van een deeglaag om blazen te voorkomen

Etymologie

* van het Franse piquer ()

Vertalingen

Franslarder
Spaanslardear, larder, mechar