piket
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- paaltje, piketpaal
- troep soldaten of wacht die meteen moet kunnen ingrijpen
- groep personen die met spandoeken etc. probeert een staking af te dwingen
- (spel) kaartspel gespeeld door twee personen met 32 kaarten
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kaartspel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1660
Vertalingen
Spaanspiquete, piquete, los cientos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek