Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

pikuur

vrouwelijk (de)/piˈkyr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spuit of injectie
    Met de slogan 'Geef de minister een pikuur werd een delegatie van de actievoerders woensdag kort ontvangen op de kabinetten van federaal minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Laurette Onkelinx, Catherine Fonck, minister van Kind, Jeugd en Gezondheid van de Franstalige Gemeenschap, en Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Steven Vanackere.
    Ik kookte voor hen. Als ze geen tijd hadden om naar de dokter te gaan, gaf ik hen achter in de keuken een pikuur.

Etymologie

*uit het Frans