plaagzucht

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de lust op iets of iemand goedmoedig te pesten
    Gelieve voortaan echter te bedenken dat elke mens beelddrager Gods is, en dat geen plaagzucht het waard is er Zijn evenbeeld in enig individu, volk of ras voor te beledigen.