plaatsen

/ˈplatsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) op een bepaalde plaats zetten
    Hij plaatste de nieuwe computer op zijn bureau.
    De chique, ruime schrijftafel van ebbenhout, die stijlvol was ingelegd met lichtere houtsoorten, die voor het raam was geplaatst naast de openslaande deuren naar het terras en die gepaard was aan een sobere maar degelijke en comfortabele houten bureaustoel uit de jaren dertig, had ik al meteen bij binnenkomst opgemerkt.
    Ik had mijn tent precies bovenop een ondergrondse termietenkolonie geplaatst.
  2. refl, sport (refl), (sport) zich ~ voor: aan een kwalificatie voldoen waardoor men toegelaten wordt tot een bepaalde wedstrijd
    Hij wist zich te plaatsen voor de finale.

Uitdrukkingen

  • een bestelling plaatseneen bedrijf verzoeken iets tegen betaling te leveren

Vertalingen

Engelsplace
Fransplacer
Duitsplatzieren, aufsstellen
Spaansdepositar, colocar, poner