Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
plancher
mannelijk (de)/plɑ̃ˈʃe/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) langwerpige, vlak en recht afgezaagde stukken hout, gebruikt als vloer
Etymologie
*van "plancher"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek