plankier

onzijdig (het)/plɑŋ'kir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een houten vloer gemaakt van planken die een stukje boven de grond of het water zweeft
  2. een van planken gemaakte steiger of stellage ook als deze niet van hout gemaakt is
    Het Ampzing-genootschap uit Haarlem staat zeer zeker een beetje apart. Het stelt zich tot doel de taal te vrijwaren van ongewenste elementen die er enkel als ,interessantdoenerij' in kunnen komen. Zoals babysitter, of een catwalk. Woorden uit het Engels waar we toch net zo goed ,oppas' en ,plankier voor kunnen gebruiken. Of als we het wat speelser willen, ook ,zuigelingzitter' of ,poesplank'. de Standaard 29 mei 2004 (vpb)
    Het veer - kosten: 100.000 euro - 'veert mee' met de stand van de Berkel. Is zelfs zondvloedbestendig, zeg maar: ook als de rest van de omgeving onder water zou staan, ligt het veer nog op zijn plaats. Consequentie is wel dat je nu nogal omlaag moet op het plankier, om op het veer te komen.Tubantia Peter Zandee 3 juli 2017
  3. iets wat oorspronkelijk gemaakt was als houten steiger, aanlegplaats of perron (zelfs als het nu van steen is)

Etymologie

* vloer van planken

Vertalingen

Engelsplatform