plank
Wat is de betekenis van plank?
plank betekent: een plat en langwerpig stuk hout
Betekenis
- een plat en langwerpig stuk hout
- een plank om iets op te zetten -> schap
Voorbeelden van "plank" in een zin
- Hij draagt een plank naar binnen met herenbrood en een ronde, Goudse kaas voor Nella.
- Maar om te zorgen dat de boog niet instortte in de harde wind moest je een vakwerk van hout en planken bouwen dat vanaf de bodem van het dal omhoogging — er waren enorme hoeveelheden hout nodig om de ondersteuning sterk genoeg te maken.
- Op de plank staat ook een vreemd uitziende lamp met de vleugels van een vogel en het hoofd en de borsten van een vrouw.
- Op mijn eigen plank staat een aardig rijtje.
- Hij viel over de stapel planken die voor de deur waren neergelegd.
Betekenis en uitleg van plank
Een plank is een plat stuk hout dat vaak gebruikt wordt in de bouw of voor meubels. Je kunt het zien als een veelzijdig materiaal dat in allerlei vormen en maten voorkomt, afhankelijk van de toepassing.
Het woord 'plank' komt vaak ter sprake wanneer je het hebt over constructie, meubelontwerp of zelfs sport, zoals bij het planklopen. Planken kunnen ook symbolisch gebruikt worden, bijvoorbeeld als je zegt dat je iets 'op de plank' hebt liggen, wat betekent dat het nog niet uitgevoerd is. Het gebruik van het woord kan variëren van een letterlijk object tot een figuurlijke betekenis in gesprekken.
Voorbeelden
- De timmerman zaagde de plank op maat voor de nieuwe tafel.
- Tijdens de training leerde ik hoe je een plank kunt gebruiken om je balans te verbeteren.
- Het idee om een boekenkast te maken van oude planken leek me geweldig.
Woordoorsprong
Het woord 'plank' is afgeleid van het Middelnederlandse 'planke', wat ook een plat stuk hout aanduidt. Deze oorsprong toont de lange geschiedenis van het gebruik van planken in constructie en ambacht.
Veelgestelde vragen over plank
Wat is de betekenis van plank?
plank betekent: een plat en langwerpig stuk hout
Hoeveel betekenissen heeft plank?
plank heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft plank?
plank is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je plank in een zin?
Voorbeeld: “Hij draagt een plank naar binnen met herenbrood en een ronde, Goudse kaas voor Nella.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘plat stuk hout’ voor het eerst aangetroffen in 1284
Uitdrukkingen
- Op de plank en binnen. — (duivensport) een reisduif moet direct geconstateerd worden om een prijs te kunnen winnen
- brood op de plank brengen — geld verdienen