plekken
/ˈplɛkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) er vlekken op maken
- (ov) er iets kleverigs op aanbrengen
- (erga) vlekken gaan vertonen
- (erga) kleverig worden, kleverig zijn, ergens aan vast blijven zittenDeze verstopping ontstaat doordat deeltjes aan de wand van de kransslagader blijven plekken.
Etymologie
* "plek" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek