pluizen
/ˈplœyzə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) in vlokken uiteentrekkenFransje Goldeweijn keek over haar altijd nijvere bezige handen, welke onafgebroken pluksel plozen, met haar bedriegelijk helder, half blinde oog, haar bezoekster aan.De klop op de deur, Ina Boudier-Bakker
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘pluizen uit elkaar trekken’ voor het eerst aangetroffen in 1573
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek