pluk

mannelijk (de)/plɵk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitgetrokken bundeltje
    Tijdens de vechtpartij verloren beide meisjes een pluk haar.
  2. het plukken
    Vaak helpen buitenlanders mee met de pluk van fruit.

Vertalingen

Engelstuft
DuitsBüschel
Spaansrecolección