plukken
/ˈplʏkə(n)/
Wat is de betekenis van plukken?
plukken betekent: (ov) (bloemen) afbreken of oogsten; vruchten oogsten
Betekenis
werkwoord
- (ov) (bloemen) afbreken of oogsten; vruchten oogsten
- (ov) ontdoen van de veren
- (ov) iemand geld afzetten
- (ov), (sport) een door de lucht vliegende bal grijpen
Voorbeelden van "plukken" in een zin
- Zij plukten een paar prachtige bloemen in hun tuin en brachten ze in de woonkamer.
- Om de haverklap stopte ik om de zoete bessen te plukken waardoor mijn handen paars kleurden van hun sap.
- Hij was de kip helemaal aan het plukken.
- Toen ik die eerste keer voor hem stond, in de gang voor de provisiekamer, had ik net zo goed een teleurstellend kleine houtduif kunnen zijn die hij wel of niet zou laten plukken voor het eten.
- Pluk die vereniging niet zo leeg!
Etymologie
*De oudere aanname van een vroege ontlening aan een vulgair Latijns woord *piluccare “uitpluizen, pellen, plukken” is zowel chronologisch alsmede fonologisch gezien lastig te verklaren.
Vertalingen
Engelspick, pluck, pluck
Franscueillir, plumer, plumer
Duitspflücken, rupfen, rupfen
Spaansrecolectar, desplumar, desplumar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek