plusser

mannelijk (de)/ˈplʏsər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die ouder is dan een daarvoor genoemde leeftijd
    Het kabinet onderzoekt of rijbewijzen van 75-plussers zonder keuring met maximaal een jaar kunnen worden verlengd. NRC Jurriaan van Eerten 19 juni 2019 [https://www.nrc.nl/nieuws/2019/06/19/cbr-kabinet-wil-rijbewijs-75-plusser-met-jaar-verlengen-a3964233 Kabinet wil rijbewijs 75-plusser met jaar verlengen]
    Ze worden weleens de ‘pechgeneratie’ genoemd: oudere werkzoekenden die jarenlang in de bijstand zitten. Voor die groep biedt De Energiebox uitkomst. Het project, dat werkloze 55-plussers klaarstoomt om als energieadviseur aan de slag te gaan, is in Utrecht al een groot succes en krijgt nu landelijk vervolg. Tubantia Naz Taha 17-05-19 [https://www.tubantia.nl/tubantia-werkt/oudere-werkloze-wordt-energieadviseur-ik-heb-me-lam-gezocht-naar-een-baan~a741265a/ Oudere werkloze wordt energieadviseur: ‘Ik heb me lam gezocht naar een baan’]
    Uitzendbureaus die op zoek gaan naar geschikte werknemers voor een vacature, moeten minimaal één 50-plusser voordragen aan de opdrachtgever. HP de Tijd 09/05 | 2016 door:Sophie van Os [https://www.hpdetijd.nl/2016-05-09/waarom-1500-euro-bonusgeld-50-plusser-zal-helpen/ Waarom 1500 euro de werkloze 50-plusser kan helpen]

Etymologie

* afleiding van plus