poeperij
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- diarreeDe geuren van het land van je jeugd. (Waarom is alles uit je kindertijd zo sterk op de lei van je geheugen gegrift? De geur van gemaaid gras. Koemest, waarmee elke landbouwer zonder voor milieuverrader te worden uitgemaakt vrijelijk kon omgaan. Toch kikkers en schone sloten. Je moest het bij voorkeur niet doen, maar als je echt heel erge dorst had, kon je het water uit zo'n sloot vol kikkers en salamanders met gemak drinken zonder al te grote angst voor poeperij of woeste windkak.) NRC Jean-Paul Franssens 9 mei 1994 [https://www.nrc.nl/nieuws/1994/05/09/yn-fryslan-7224185-a1312176 Yn Fryslân]Soms loopt het mis. Zoals een muziekvriend van me die met de vrouw van een dirigent naar bed ging omdat hij de notenzwaaier niet kon vergeven dat hij hem af en toe voor het hele orkest te kakken zette, vooral in de aanwezigheid van zijn vrouw, een kloeke zangeres met de wilskracht en omvang van een rinoceros. Dirigent naar Milaan en vriend met zijn vrouw naar bed. Rettetet. Mooi niet. Concert ging niet door, nog een geluk dat de wettige echtgenoot de poeperij had en langer op de wc bleef dan normaal. NRC Jean-Paul Franssens 2 juni 2000 [https://www.nrc.nl/nieuws/2000/06/02/andere-koek-7496871-a702363 Andere koek]
- het poepen
Etymologie
* van poepen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek