poetsen
/ˈputsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) door middel van wrijven zaken schoner makenHij zou de wieldoppen nog poetsen, want die waren behoorlijk smerig.Elke dag het ergste vuil eraf poetsen met een natte bandana of een plons in een rivier zijn meer dan voldoende om jezelf schoon te houden.
Etymologie
*van "putzen", in de betekenis van ‘reinigen’ voor het eerst aangetroffen in 1645
Uitdrukkingen
- niet lullen, maar poetsen
Vertalingen
Engelsclean
Fransfrotter
Duitsputzen
Spaansacicalar, bruñir, lustrar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek